Miskraam verwerken als man: wat ik ruim een maand later zie
Lief kleintje, jouw hartje klopte niet meer op het scherm bij verloskundigenpraktijk Uniek, maar in onze harten blijf je voor altijd doorkloppen. Bedankt voor de korte, intens mooie tijd waarin je ons pappa en mamma maakte. We dragen jouw ziel liefdevol mee in elke stap die we zetten.
Ruim een maand geleden verloren Sheila en ik onze dochter Luz. Ik zit nu aan de keukentafel en schrijf dit op, omdat ik merk dat het verdriet pas nu echt aankomt. Op het moment zelf regelde ik. Alles wat er te regelen viel, regelde ik. Miskraam verwerken als man begon voor mij dus met uitstel. Niemand vroeg hoe het met mij ging, en eerlijk gezegd vroeg ik het mezelf ook niet.
Misschien herken je dat. Je partner maakt het lichamelijk mee, dus de aandacht gaat naar haar. Logisch. Maar ergens sta jij ook met lege handen, en je weet niet of je dat mag zeggen. Ik heb het antwoord niet. Wel wat ik de afgelopen weken heb gemerkt.
Waarom ik in de regel-modus schoot
Achteraf zie ik het patroon. Ik ging in de regel-modus en gaf mijn emoties nauwelijks ruimte. Voor de buitenwereld kon dat overkomen alsof het verlies mij niks deed. Niks is minder waar.
De beelden staan me nog bij als de dag van gisteren. Wat Sheila doormaakte in het ziekenhuis. En uiteindelijk Luz, niet groter dan mijn handpalm. Rationeel had ik het snel een plek gegeven: ongeveer een op de vijf tot zes vastgestelde zwangerschappen eindigt in een miskraam, volgens de landelijke richtlijn. Dat cijfer klopt. Het maakte het verlies geen gram lichter.
Wat ik nu snap: die verdoving was geen kilte. Het was mijn manier om overeind te blijven terwijl alles kantelde. Ik heb jaren als procesmanager gewerkt. Ik los dingen op. Dus loste ik dingen op. Het verdriet kwam later, in stukjes. Dat is het vertraagde rouwproces waar ik nu middenin zit, en waar ik in de eerste dagen als vader nog geen woorden voor had.
Wat een miskraam mentaal met je doet als man
Een miskraam raakt ook de man, alleen vertraagd en vaak onzichtbaar. Je maakt het lichamelijk niet mee, dus je gaat zorgen en regelen. Het verdriet, de machteloosheid en het gevoel er niet toe te doen komen pas later, als niemand meer vraagt hoe het gaat. Dat verdriet mag er zijn, ook al gebeurde het niet in jouw lichaam.
Wat mij het meest raakte was hoe klein je je voelt terwijl je je groot houdt. In het ziekenhuis ontfermden verpleegkundigen en artsen zich over Sheila. Terecht. Haar lunch en avondeten werden geregeld. Toen ik hoorde dat ik mijn eten zelf in de kantine mocht halen, voelde ik me buitenspel gezet. Er werd ook gesproken over een veldbedje voor mij, alsof het niks was dat ik daar als steun en toeverlaat zat.
Uiteindelijk bleek het een fout van de voedingsassistente en werd het eten ook voor mij geregeld. Maar het gevoel bleef hangen. Artsen werken routinematig en richten zich op het herstel van je partner. Jij wordt daarin simpelweg vergeten, of niet als prioriteit gezien. Dat is niemand kwalijk te nemen. Het is wel iets om te weten voor je daar staat.
Mag je dan kapot zijn van het verlies? Voor mij is het antwoord duidelijk: ja. Dat ik niet altijd gezien werd, neem ik op de koop toe. Maar het betekent wel dat ik zelf moet zeggen wat ik voel. Anders doe ik er inderdaad niet toe, en dat heb ik dan zelf laten gebeuren.
Zo gaf ik het verlies een plek zonder te huilen
Ik huil niet makkelijk. Kwetsbaarheid tonen gaat me ook niet vanzelf af. Dus ik moest een andere weg vinden. Dit is wat bij mij werkte. Neem eruit wat past en laat de rest liggen.
– Schrijf het van je af. In een dagboek, of zoals ik in deze blog. Op papier hoef je het niet meer in je hoofd bij te houden, en dat geeft rust.
– Praat, ook als het stroef gaat. Met Sheila, met een vriend, met wie luistert. Praten hielp mij om het niet op te kroppen.
– Zeg wat je voelt, ook tegen zorgverleners. Niemand vraagt ernaar, dus je moet het zelf brengen. Het maakt je zichtbaar in een proces waarin je anders bijzaak bent.
– Sta jezelf toe dat het jou ook heeft geraakt. Krop het niet op. Toegeven dat het pijn doet is geen zwakte, het is eerlijk zijn over wat er is.
– Kijk wie er blijft. Deze fase maakte duidelijk wie de echte vrienden zijn en wie je ook steunt op de mindere momenten. Dat is pijnlijk en waardevol tegelijk.
Mijn familie, van Portugese afkomst, liet me niet vallen. Misschien maakt een hechte familie het verschil, waar de steun voor iedereen geldt. Sommige mannen ervaren dat anders en worden juist door familie vergeten. Ik snap dat, en dan wegen die vrienden nog zwaarder.
“Mag je als man kapot zijn van een miskraam? Voor mij een duidelijke ja. Maar dan moet je het wel zelf zeggen.”
Wij rouwen anders, en dat mag

Sheila en ik ontdekten dat we totaal anders met dit verdriet omgaan. Dat kan schuren, zeker als de emoties hoog oplopen. Wat ons een heel eind bracht: accepteren dat we allebei een ander proces doormaken, zonder dat het ene beter is dan het andere.
Daar komt bij haar het lichamelijke herstel bovenop, een achtbaan waar ik alleen naast kan staan en in mee ga. Al onze patronen en pijnpunten werden geraakt. En toch: als de liefde echt is, is ook dit een fase waar je samen doorheen komt. Hoe Sheila diezelfde weken beleefde en hoe zij naar samen rouwen kijkt, lees je in haar stuk over samen rouwen.
Wat ik al wel weet: een volgende zwangerschap brengt onzekerheid mee. “Nee heb je, ja kun je krijgen” galmt als mantra door mijn hoofd. En tegelijk die andere stem: niet nog zo’n fase van onzekerheid, chaos en pijn. Bij een kinderwens is er geen andere weg, de natuur laat zich niet sturen. Over de kinderwens na een miskraam schreef ik al eerder. Dat verdient een eigen stuk, niet een alinea hier.
Terugkijkend zijn er herinneringen die ik liever kwijt zou raken. Maar het beeld van Luz in Sheila’s handpalm vergeet ik nooit meer, en dat wil ik ook niet. Miskraam verwerken als man is voor mij geen afgeronde klus. Het is iets dat zich langzaam mag ontvouwen, net als wat de toekomst ons brengt.
Herken je iets in die regel-modus? Ik lees graag hoe jij het deed, of nog doet.
Tot de volgende,

